Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.[eiser sub 1] ,
Ryanair DAC,
1.Het verloop van het geding
2.De feiten
3.Het geschil
Sturgeonen
Nelsonrecht op financiële compensatie van € 400,00 per passagier. Van een buitengewone omstandigheid was geen sprake.
Rechtbank Oost-Brabant
Eisers hadden een vlucht geboekt van Alicante naar Eindhoven op 9 mei 2018 die met meer dan drie uur vertraging aankwam. Zij vorderden op grond van Verordening 261/2004 een compensatie van €400 per passagier, omdat zij van mening waren dat er geen sprake was van buitengewone omstandigheden.
Verweerster stelde dat de vertraging veroorzaakt werd door slechte weersomstandigheden bij de voorafgaande vlucht van Eindhoven naar Alicante, waardoor het toestel niet tijdig kon terugkeren en de vlucht naar Eindhoven moest uitwijken naar Keulen. Dit zou een buitengewone omstandigheid zijn waardoor geen compensatie verschuldigd zou zijn.
De kantonrechter oordeelde dat de slechte weersomstandigheden niet tijdens de vlucht in kwestie (Alicante-Eindhoven) plaatsvonden en dat de omstandigheden van de voorafgaande vlucht niet kwalificeren als buitengewone omstandigheden voor de vertraagde vlucht. Het beroep op artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening werd daarom verworpen.
De vordering tot compensatie van €1.200 werd toegewezen, evenals de wettelijke rente. De buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Verweerster werd veroordeeld in de proceskosten en nakosten.
De beschikking werd uitgesproken door kantonrechter J.M.J. Godrie op 8 oktober 2020.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt Ryanair tot betaling van €1.200 compensatie en wettelijke rente aan eisers wegens vertraging van vlucht Alicante-Eindhoven.