ECLI:NL:RBOBR:2020:6936
Rechtbank Oost-Brabant
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting woning
De heffingsambtenaar van de gemeente 's-Hertogenbosch stelde bij beschikking van 28 februari 2019 de WOZ-waarde van een woning vast op €431.000 voor het kalenderjaar 2019. Eiser betwistte deze waarde en stelde een lagere waarde van €420.000 voor, onder verwijzing naar een verkoopprijs van een nabijgelegen pand. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde bij uitspraak op bezwaar van 1 november 2019.
Eiser stelde beroep in bij de rechtbank Oost-Brabant. Tijdens de zitting op 2 december 2020 werd het geschil behandeld waarbij eiser werd vertegenwoordigd door een gemachtigde en de heffingsambtenaar door een gemachtigde en een taxateur. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatierapport van 24 april 2020 en vergelijkingsobjecten, welke door eiser werden aanvaard.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar de waarde aannemelijk heeft gemaakt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde lager zou moeten zijn. De stelling dat sprake zou zijn van vrijwel identieke buurpanden werd door de rechtbank niet gevolgd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €431.000 wordt ongegrond verklaard.