Eisers, eigenaar en verhuurder van een bedrijfsruimte, vorderen in kort geding ontruiming van de bedrijfsruimte door de huurder en betaling van achterstallige huur, boete en incassokosten. De huurder erkent de huurachterstand, die is ontstaan vanaf juni 2020, mede door sluiting van de showroom vanwege de coronacrisis.
De kantonrechter stelt vast dat de huurder de exploitatieverplichting heeft geschonden door het gehuurde van april tot eind augustus 2020 te sluiten zonder dat dit op last van de overheid was. De huurachterstand bedraagt vijf maanden en de huurder heeft geen concreet voorstel gedaan om deze in te lopen. De huurder heeft meerdere betalingsbeloftes niet nagekomen.
De kantonrechter oordeelt dat eisers voldoende spoedeisend belang hebben en dat het onredelijk is om hen het gehuurde langer ter beschikking te stellen. De gevorderde ontruiming wordt toegewezen met een termijn van vier weken. Tevens wordt de huurder veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, de lopende huur vanaf november 2020, de contractuele boete en buitengerechtelijke incassokosten. De huurder wordt ook veroordeeld in de proceskosten en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.