ECLI:NL:RBOBR:2020:6524
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring verzet tegen dwangsom en termijnbesluit omgevingsvergunning Meierijstad
De rechtbank Oost-Brabant behandelde het verzet van het college van burgemeester en wethouders van Meierijstad tegen een eerdere uitspraak waarin de rechtbank het niet tijdig beslissen op een aanvraag om een omgevingsvergunning had gegrond verklaard. Deze vergunning betrof het gebruik van gronden ten behoeve van de realisatie van een hotel aan een adres in Meierijstad.
In de eerdere uitspraak van 10 augustus 2020 had de rechtbank het besluit niet tijdig te hebben genomen vernietigd en een termijn van twee weken gesteld waarbinnen het college een besluit moest nemen, onder dreiging van een dwangsom van € 100 per dag per eiser met een maximum van € 15.000. Het college stelde in het verzet dat de rechtbank ten onrechte de termijn van 26 weken voor het nemen van een ontwerpbesluit als termijn voor het nemen van het definitieve besluit had opgevat en dat zij niet in de gelegenheid was gesteld haar standpunt mondeling toe te lichten.
De rechtbank oordeelde dat dit misverstand aanleiding gaf tot het gegrond verklaren van het verzet, waardoor de eerdere uitspraak verviel en het onderzoek werd hervat in de stand van vóór die uitspraak. Tevens werd het beroep zonder zitting beslist, wat het college als onjuist aanvoerde. De opgelegde dwangsommen werden ook ter discussie gesteld, maar de rechtbank ging primair in op het termijnmisverstand.
De uitspraak is gedaan door rechter D.J. de Lange en griffier A. Ibrahimovic op 24 december 2020. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzet van het college Meierijstad is gegrond verklaard en de eerdere uitspraak vervalt, het onderzoek wordt hervat.