Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 december 2020 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
24 december 2020.
Rechtbank Oost-Brabant
Eiseres verzocht het college om wijziging van haar persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp) op grond van artikel 2.58 Wet brp. Het college wees dit verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het eerste beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarna het college een nieuw besluit nam dat opnieuw afwijzend was. Eiseres stelde beroep in tegen dit bestreden besluit.
De rechtbank overwoog dat het college terecht twijfels had bij de echtheid en juistheid van verschillende overgelegde documenten, waaronder een identiteitskaart uit 2012, notariële verklaringen en een hukou, mede omdat deze documenten kopieën waren en niet persoonlijk waren opgevraagd. Het Chinese paspoort werd niet als brondocument erkend vanwege onduidelijkheid over de onderliggende documenten. Het DNA-onderzoek kon geen link leggen omdat de onderliggende documenten niet betrouwbaar werden geacht.
De rechtbank volgde het college in de conclusie dat niet onomstotelijk is komen vast te staan dat de in de brp geregistreerde gegevens onjuist zijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van de wijziging van persoonsgegevens in de basisregistratie personen wordt ongegrond verklaard.