De kantonrechter heeft op verzoek van de huidige bewindvoerder, die zijn bedrijfsvoering beëindigt, besloten hem te ontslaan en een opvolgend bewindvoerder te benoemen. Betrokkene stemde hiermee in.
De kantonrechter oordeelt dat de financiële gevolgen van het ontslag en de benoeming niet ten laste van betrokkene mogen komen, aangezien dit niet zijn keuze is en ook niet aan hem te wijten is. Daarom wordt geen vergoeding toegekend voor de eindrekening van de ontslagen bewindvoerder en geen beloning voor de aanvangswerkzaamheden van de opvolger.
Hoewel het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch eerder een andere beslissing nam, volgt de kantonrechter het beleid van de Landelijke Expertgroep CBM dat kosten bij ontslag van een bewindvoerder wegens moverende redenen niet op betrokkene mogen worden afgewenteld. De opvolgend bewindvoerder hoeft bovendien veel aanvangswerkzaamheden niet te verrichten omdat deze al door de huidige bewindvoerder zijn gedaan.
De kantonrechter stelt de jaarbeloning van de opvolgend bewindvoerder vast volgens het hoge tarief van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. De beschikking is gegeven op 26 november 2020 en is in het openbaar uitgesproken door kantonrechter L. Jongen.