Uitspraak
[naam verdachte] ,
1. subsidiair [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] in de periode van 1 januari 2019 tot en met 14 mei 2019 te Liempde, gemeente Boxtel, opzettelijk hebben vervaardigd grote hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I,
tot het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 1 januari 2019 tot en met 14 mei 2019 te Liempde, gemeente Boxtel, opzettelijk gelegenheid heeft verschaft door: - aan die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] een schuur/bedrijfsruimte gelegen aan de [adres] te Liempde, gemeente Boxtel, te verhuren.
niet bewezenhetgeen verdachte onder
feit 1 primair en feit 2is ten laste gelegd en
spreekt hem daarvan vrij.
feit 1 subsidiair, feit 3 en feit 4 bewezenzoals hiervoor is omschreven.
ten aanzien van feit 1 subsidiair:medeplichtigheid tot medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod ten aanzien feit 3:om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden, een ander daartoe gelegenheid verschaffen
ten aanzien van feit 4:handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie IIIenhandelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden met aftrekovereenkomstig artikel 27 Wetboek Pro van Strafrecht.
schorst de voorlopige hechtenis van verdachte met ingang van 5 februari 2020, onder de voorwaarden zoals door de rechtbank neergelegd in een daartoe afzonderlijk opgemaakte beschikking.