Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
De beoordeling van de ten laste gelegde feiten.
algemene overweging
ten aanzien van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten
ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde feit
ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde feit
ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit
- alle drie de brandstichtingen zijn in een korte periode, telkens tijdens de nachtelijke uren gepleegd,
- bij alle drie de brandstichtingen is gebruik gemaakt van gelijksoortige brandbommen, waarvan de resten overeenkomsten vertoonden met de mortieren die zijn aangetroffen in het huisje waar verdachte en [medeverdachte 1] verbleven,
- bij alle drie de brandstichtingen is gebruik gemaakt van dezelfde brandversneller, benzine,
- uit de historische printgegevens van de telefoonaansluitingen die verdachte en [medeverdachte 1] in de periode van 20 februari 2018 tot en met 25 februari 2018 in gebruik hadden en uit de ARS-gegevens van het door [medeverdachte 1] gehuurde en mede door verdachte gebruikte voertuig, een Volkswagen Tiguan met het [kenteken 3] , blijkt dat verdachte en [medeverdachte 1] zich in die periode veelvuldig samen verplaatsen en dat zij op het moment dat de drie brandstichtingen plaatsvonden, in de buurt zijn gelokaliseerd,
- op de pleegplaatsen van de onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten is het DNA van verdachte aangetroffen en
- verdachte heeft over alle feiten een ontkennende, maar niet te verifiëren verklaring afgelegd.
ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde feit
ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde feit
ten aanzien van de onder 6 en 7 ten laste gelegde feiten.
bestond er opzet op de dood van de bewoner?
is er sprake van voorbedachte raad?
conclusie
ten aanzien van het onder 8 ten laste gelegde feit.
bestond er opzet op de dood van de bewoners?
is er sprake van voorbedachte raad?
conclusie
ten aanzien van het onder 9 ten laste gelegde feit
ten aanzien van het onder 10 ten laste gelegde feit
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
De vordering van de benadeelde partij [Slachtoffer] [feiten 1 en 2]
De vordering van de [benadeelde partij 1] [feit 4]
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] [feit 7]
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 13] [feit 8]
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 15] [feit 8]
De motivering van de beslissing over de in beslag genomen goederen.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
ten aanzien van het onder 1 bewezen verklaarde feit:
ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde feit:
ten aanzien van het onder 3 bewezen verklaarde feit:
ten aanzien van het onder 4 subsidiair bewezen verklaarde feit:
ten aanzien van het onder 5 bewezen verklaarde feit:
ten aanzien van het onder 6 bewezen verklaarde feit:
ten aanzien van het onder 7 primair bewezen verklaarde feit:
ten aanzien van het onder 8 primair bewezen verklaarde feit:
ten aanzien van het onder 9 ten laste gelegde feit:
ten aanzien van het onder 10 ten laste gelegde feit:
ten aanzien van de onder 1, 2, 3, 4 subsidiair, 5, 6, 7 primair, 8 primair, 9 en 10 bewezen verklaarde feiten:
een gevangenisstraf voor de duur van tien jaren.
maatregel van schadevergoeding van € 2.142,84 ten behoeve van [Slachtoffer][feit 2]
maatregel van schadevergoeding van € 35.053,30 ten behoeve van [slachtoffer 6]
maatregel van schadevergoeding van € 3.000,-- ten behoeve van [slachtoffer 13]
maatregel van schadevergoeding van € 3.199,38 ten behoeve van [slachtoffer 15][feit 8]
benadeelde partij [Slachtoffer][feiten 1 en 2]
toeen veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [Slachtoffer] van een bedrag van € 2.142,84 (zegge: tweeduizend eenhonderd tweeënveertig euro en vierentachtig eurocent)
[benadeelde partij 1][feit 4]
benadeelde partij [slachtoffer 6][feiten 6 en 7 primair]:
toeen veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 6] van een bedrag van
€ 35.053,30(zegge: vijfendertigduizend drieënvijftig euro en dertig eurocent). Het toewezen bedrag, bestaande uit € 15.000,-- immateriële schadevergoeding en € 20.053,30 materiële schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 september 2018 tot de dag der algehele voldoening.
benadeelde partij [slachtoffer 13][feit 8]
toeen veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 13] van een bedrag van
€ 3.000,--(zegge: drieduizend euro).
benadeelde partij [slachtoffer 15][feit 8]
toeen veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 15] van een bedrag van
€ 3.199,38(zegge: drieduizend honderd negenennegentig euro en achtendertig eurocent).
verklaart verbeurd
onttrekt aan het verkeer