ECLI:NL:RBOBR:2020:4980
Rechtbank Oost-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herstel proceskostenveroordeling in civiele procedure
In deze civiele procedure heeft de gedaagde bij brief van 1 september 2020 verzocht om verbetering van het vonnis van 26 augustus 2020, specifiek met betrekking tot de proceskostenveroordeling. De gedaagde wilde dat het aantal toegekende punten in de proceskostenveroordeling werd verminderd van zes naar drie.
De rechtbank heeft de eiser in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten, waarop bezwaar werd gemaakt tegen het verzoek tot verbetering. De beoordeling van het verzoek vond plaats door een andere rechter dan degene die het oorspronkelijke vonnis had gewezen, vanwege een functiewijziging van de oorspronkelijke rechter.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een kennelijke fout in het vonnis die eenvoudig hersteld kon worden. De proceskostenveroordeling hield rekening met zowel de bodemprocedure als het voorlopige getuigenverhoor, waarbij het liquidatietarief werd toegepast. Daarom werd het verzoek tot verbetering afgewezen en het vonnis van 26 augustus 2020 gehandhaafd.
Uitkomst: Het verzoek tot verbetering van de proceskostenveroordeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van een kennelijke fout.