ECLI:NL:RBOBR:2020:453

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
24 januari 2020
Publicatiedatum
28 januari 2020
Zaaknummer
C/01/354791 / FA RK 20-205
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking tot verlenging crisismaatregel op grond van Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

De rechtbank Oost-Brabant behandelde op 24 januari 2020 het verzoek van de officier van justitie tot verlenging van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene.

Uit de overgelegde medische verklaringen en getuigenverklaringen bleek dat betrokkene een schizo-affectieve stoornis, bipolaire type, heeft en er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, waaronder risico op ernstig lichamelijk letsel, psychische schade, materiële schade, levensgevaar en verwaarlozing. De crisissituatie was zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kon worden afgewacht.

Hoewel de advocaat van betrokkene stelde dat betrokkene bereid was tot vrijwillige samenwerking en zorgacceptatie, oordeelde de rechtbank dat er onvoldoende aanwijzingen waren dat betrokkene daadwerkelijk vrijwillig medewerking verleende. Betrokkene verbleef nog gesepareerd en wilde ontslag, wat het vertrouwen in vrijwilligheid ondermijnde.

De rechtbank achtte de voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk en evenredig, met verplichte zorgmaatregelen zoals medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie. Er waren geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging werd verleend voor drie weken, tot en met 14 februari 2020.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de crisismaatregel voor betrokkene tot en met 14 februari 2020.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK OOST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer : C/01/354791 / FA RK 20-205
Uitspraak : 24 januari 2020
Beschikking betreffende een machtiging tot voortzetting van een crisismaatregel
van de rechtbank Oost-Brabant naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende te [woonplaats] aan de [adres] ,
verblijvende in [instelling] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. M.T. Kouwenhoven.

Procesverloop

Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 23 januari 2020, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 22 januari 2020 opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel
  • de medische verklaring d.d. 22 januari 2020;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet BOPZ en de Wvggz;
  • de aanvraag relevante politiegegevens;
  • relevante politiegegevens;
  • het uittreksel justitiële documentatie.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 24 januari 2020, in [instelling] .
Bij de mondelinge behandeling waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat mr. M.T. Kouwenhoven;
- arts in opleiding tot specialist [naam] ;
- verpleegkundige/groepsbegeleider [naam] .
Omdat een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig is, is de officier van justitie niet ter zitting verschenen.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, dat bestaat uit het aanzienlijk risico op ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische schade, ernstige materiële schade, levensgevaar en ernstige verwaarlozing.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, in de vorm van een schizo affectieve stoornis, bipolaire type. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De advocaat heeft ter zitting verweer gevoerd en verzocht het verzoek af te wijzen. De advocaat heeft aan haar verweer ten grondslag gelegd dat er geen sprake meer is van verzet van betrokkene. Betrokkene is immers bereid de samenwerking (weer) aan te gaan en de zorg op vrijwillige basis te accepteren.
De afdelingsarts heeft in reactie daarop aangegeven geen vertrouwen in de vrijwilligheid te hebben. Betrokkene zat op 23 januari 2020 nog gesepareerd en gaf aan met ontslag te willen.
De rechtbank is van oordeel dat er, althans op dit moment, onvoldoende sprake is van samenwerking aan de zijde van betrokkene. Onvoldoende is gebleken dat betrokkene zorg in het vrijwillig kader zal accepteren en het verblijf in de instelling op vrijwillige basis zal voortzetten.
De rechtbank is, gelet op het vorenstaande, van oordeel dat de volgende in de crisismaatregel genoemde zorg noodzakelijk is om het nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en
therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel
vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- insluiten;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die
tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het
gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

De beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 14 februari 2020.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.W. Brunt, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 24 januari 2020.
Conc: SvdB
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.