Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Parketnummer vordering: 10/651044-17
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De vordering na voorwaardelijke veroordeling.
De formele voorvragen.
Bewijs.
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
Op 4 augustus 2019 vond een schietincident plaats in Empel waarbij een persoon op een scooter op een auto met vier inzittenden schoot, waarbij één slachtoffer een klaplong opliep. Verdachte werd ervan verdacht de schutter te zijn en tevens het bezit van een kogelpatroon van 9x19 mm.
De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte de schutter was. Dit vanwege tegenstrijdige en onvoldoende betrouwbare getuigenverklaringen, onduidelijkheid over de locatie van verdachte tijdens het incident, en het feit dat een onafhankelijke getuige een andere persoon aanwees als schutter. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte een kogelpatroon in bezit had.
Verdachte werd vrijgesproken van poging tot moord en poging tot doodslag, maar veroordeeld voor het bezit van munitie met een geldboete van 250 euro. De vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard. Daarnaast werden beslissingen genomen over de teruggave en vernietiging van in beslag genomen voorwerpen en werd een eerdere vordering tot tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf afgewezen.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van poging tot moord en veroordeeld tot een geldboete voor bezit van een kogelpatroon.