Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- het vonnis in incident/tussenvonnis in de hoofdzaak van 20 november 2019
- het proces-verbaal van comparitie van 26 mei 2020 en de daarin genoemde stukken
- het e-mailbericht van mr. Arts van 3 juni 2020 met opmerkingen naar aanleiding van het proces-verbaal.
2.De feiten
to whom it may concern” heeft BASF in elk geval aan de afnemers van Lupranate T 80 A bericht:
We refer to our deliveries of captioned product to you, manufactured in our Ludwigshafen plant between August 25th, and September 29th, 2017. While the product still complies with BASF’s specification of a purity of min. 99.5 g/100 we now have determined that the product contained a specific Dichlorobenze impurity level which is significantly above the impurity level regularly experienced by BASF.
“health hazard (is) coming from the use of mattresses and furniture made from the affected TDI”.
3.Het geschil
4.De beoordeling
Welk recht is van toepassing?
terwijl van deze stof bekend is dat zij zodanige eigenschappen heeft, dat zij een bijzonder gevaar van ernstige aard voor personen of zaken oplevert”. Tussen partijen is niet in geschil dat DCB een gevaarlijke stof is in de zin van dit artikel. Er is echter (pas) aansprakelijkheid als het gevaar zich verwezenlijkt. Daarvan is in dit geval geen sprake geweest. Het gevaar betreft immers een te hoge concentratie DCB. Het staat vast dat er geen te hoge concentratie DCB aanwezig was in het foam waarin het door BASF verkochte en geleverde Lupranate T 80 A was verwerkt.
2.172,00(4,0 punten × tarief € 543,00)