ECLI:NL:RBOBR:2020:2576
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering omgevingsvergunning geitenhouderij vanwege gezondheidsrisico en MER-plicht
Eiseres vroeg een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) aan voor het omzetten van haar gemengde veehouderij naar een geitenhouderij. Verweerder weigerde de vergunning omdat een milieueffectrapport (MER) noodzakelijk was vanwege mogelijke belangrijke milieugevolgen, met name een verhoogd gezondheidsrisico voor omwonenden.
Eiseres voerde aan dat de aanvraag ex tunc beoordeeld moest worden, vóór het geitenmoratorium, en beriep zich op het vertrouwensbeginsel, stellende dat haar was toegezegd dat vergunningverlening geen probleem zou zijn. De rechtbank verwierp deze argumenten, omdat de vergunning niet was geweigerd op grond van het moratorium en er geen concrete toezeggingen waren gedaan door ambtenaren.
De rechtbank erkende dat op een aantal milieuaspecten verbetering zou optreden, zoals ammoniakemissie en geurbelasting, maar stelde vast dat de verslechtering van de volksgezondheid, met name het verhoogde risico op longontsteking binnen een straal van 1,5 tot 2 kilometer, niet was bestreden. Daarom was de weigering van de vergunning terecht.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant op 11 mei 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard.