Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht om een machtiging tot opname en verblijf van een cliënt met een psychogeriatrische aandoening, Alzheimer dementie, voor de duur van zes maanden. De cliënt verblijft sinds 10 april 2020 in een verpleeginstelling en heeft intensieve begeleiding nodig vanwege ernstig nadeel door geheugenproblemen, achterdocht en agressie.
Tijdens de mondelinge behandeling, die vanwege coronamaatregelen telefonisch plaatsvond, werd vastgesteld dat opname noodzakelijk is omdat minder ingrijpende maatregelen niet toereikend zijn en de zorg thuis niet langer haalbaar is. De cliënt verzet zich tegen opname en verblijf, maar dit weegt niet op tegen het belang van bescherming.
De advocaat van de cliënt voerde aan dat opname in de instelling een groter risico op coronabesmetting inhoudt dan thuis, maar de rechtbank oordeelde dat het risico thuis minstens even groot is door bezoek van familie en thuiszorgmedewerkers. De rechtbank verleent daarom de machtiging tot en met 8 oktober 2020.