Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verzoekster]
- [belanghebbende A] , geboren te [geboorteplaats] , Eritrea op een onbekende datum;
- [belanghebbende B] , geboren te [geboorteplaats] (Ethiopië) op [geboortedatum] ;
- De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [X] ;
- De ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [Y] .
De procedure
- het verzoekschrift (met bijlagen), ter griffie ingekomen op 10 september 2018;
- een brief met bijlagen van mr. De Hondt-Buijs, gedateerd 26 oktober 2018;
- een brief met bijlage van mr. De Hondt-Buijs, gedateerd 4 januari 2019;
- een brief van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [X] , gedateerd 14 januari 2019.
De beoordeling
- [minderjarige A] , op [geboortedatum] te [X] en
- [minderjarige B] [geboortedatum] te [X] .
énontkenning vaderschap van [belanghebbende A] . Meer subsidiair verzoekt verzoekster benoeming van een bijzonder curator.
nietvoor erkenning in aanmerking, tenzij de echtgenoten op het moment dat erkenning van het huwelijk
gevraagdwordt beiden de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoekster nooit om erkenning van het huwelijk heeft gevraagd in de zin van artikel 10:32 BW Pro. Weliswaar is ten overstaan van de ambtenaar van [Y] een verklaring onder ede afgelegd, maar er is niet expliciet om erkenning van het huwelijk verzocht. Naar het oordeel van de rechtbank kan het afleggen van een verklaring onder ede niet op één lijn wordt gesteld met een verzoek om erkenning van dit huwelijk. Het afleggen van een verklaring onder ede dient namelijk ertoe de bewijsnood te ledigen wanneer er geen documenten over een huwelijk kunnen worden overgelegd. Dat verzoekster in Eritrea is getrouwd is toen ze minderjarig was, is daarmee bewezen, echter daarmee heeft verzoekster nog niet automatisch verzocht om dit (kind-)huwelijk in Nederland te erkennen. Dit zal op een meer explicietere wijze moeten zijn gebeurd omdat verzoekster zich in deze zaak van meet af aan op het standpunt heeft gesteld dat zij dit huwelijk niet erkend wenste te zien. Door de ambtenaar van de gemeente [Y] is ter zitting bevestigd dat door verzoekster niet om erkenning van het huwelijk is verzocht. In de nadien ingekomen e-mail van 9 december 2019 van [naam] staat dat de ambtenaar van de gemeente [Y] van mening is dat nu vaststaat dat het huwelijk juist is, het
moet(vetgedrukt in e-mail) worden geregistreerd. Dit standpunt, dat overigens niet gedeeld wordt door de ambtenaar van de gemeente [X] , is volgens de rechtbank om de hiervoor weergegeven redenen onjuist.
De beslissing
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op
andere wijze bekend is geworden.