Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[naam verdachte] ,
De tenlastelegging.
toebehorende aan [slachtoffer 8] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich (telkens) de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen goederen als hiervoor genoemd (telkens) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;[zaak 9]
terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;[zaak 7]
terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;[zaak 1]
braak en/of verbreking en/of inklimming terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;[zaak 23]
terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.
De formele voorvragen.
Bewijs
Om te kunnen vaststellen of verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, heeft de rechtbank bezien of sprake is geweest van een gestructureerd samenwerkingsverband waaraan de deelnemers in een zekere duurzame onderlinge samenwerking hebben deelgenomen. Vervolgens heeft de rechtbank bezien of verdachte tot dit samenwerkingsverband behoorde, daar een aandeel in heeft gehad, dan wel dat verdachte de criminele organisatie heeft ondersteund met gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie.
Naar het oordeel van de rechtbank is sprake geweest van een dergelijke organisatie. Uit de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen blijkt dat in de periode van 1 januari 2015 tot en met 4 oktober 2017 sprake is geweest van een samenwerkingsverband zoals hiervoor bedoeld en dat dit samenwerkingsverband zich heeft beziggehouden met het plegen van gekwalificeerde diefstallen en gewoontewitwassen. Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank vast dat medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] met verdachte deel hebben uitgemaakt van deze criminele organisatie. De onderlinge taakverdeling was kort gezegd als volgt: verdachte pleegde de woninginbraken en had daarbij een bepalende rol, [medeverdachte 2] was medeplichtig aan de woninginbraken en hielp soms mee bij het verhullen van weggenomen goederen, en [medeverdachte 1] verhulde samen met verdachte de criminele inkomsten van haar partner en hun gezamenlijke criminele vermogen en profiteerde van de criminele inkomsten.
De bewezenverklaring.
terwijl tijdens het plegen van deze misdrijven nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;
terwijl tijdens het plegen van deze misdrijven nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;
terwijl tijdens het plegen van deze misdrijven nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;
terwijl tijdens het plegen van deze misdrijven nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;
terwijl tijdens het plegen van deze misdrijven nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;
de herkomst verhuld en/of verhuld wie de rechthebbende op die voorwerpen was of wie bovenomschreven voorwerpen voorhanden had, en/of (telkens) die voorwerp(en), en woning(en) en dat (contant) geld verworven en/of voorhanden gehad en/of omgezet en/of van die voorwerpen gebruik gemaakt, terwijl hij en zijn mededader wisten dat die voorwerpen – onmiddellijk of middellijk – afkomstig waren uit enig misdrijf, terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan;
terwijl tijdens het plegen van dit misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van verdachte tot gevangenisstraf wegens een soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.
De strafbaarheid van de feiten.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
.Woninginbraken zorgen zo voor gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij. Verdachte heeft nauwelijks verantwoordelijkheid genomen voor de door hem gepleegde woninginbraken, dan wel pogingen daartoe.
- Mikimoto parelketting € 4.745,-
- Armband met diamanten € 300,-
- Swarowski armband/ketting € 300,-.
Stb.2017, 82) in werking getreden. Deze wetswijziging heeft tot gevolg dat aan een schadevergoedingsmaatregel de maximaal te vorderen gijzeling in plaats van vervangende hechtenis wordt verbonden. Nu deze bepaling direct toepasbaar is, zal de rechtbank het verweer zo verstaan dat wordt verzocht geen gijzeling aan de schadevergoedingsmaatregel te verbinden. Anders dan is bepleit, zal de rechtbank voor de toegewezen bedragen waarbij telkens tevens de schadevergoedingsmaatregel is opgelegd daaraan ook de bijbehorende gijzeling verbinden. Anders dan de raadsman staat voor de rechtbank allerminst vast dat verdachte in de toekomst niet over vermogen zal beschikken of inkomen zal kunnen verwerven. Verdachte kan mogelijk in de toekomst nog gaan deelnemen aan het arbeidsproces. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij na de schorsing van de voorlopige hechtenis in de onderhavige zaak dikwijls meerdere dagen per week keukens heeft geplaatst en hiervoor “in het zwart” werd uitbetaald. De rechtbank ziet niet in waarom verdachte dit na zijn vrijheidstelling niet op legale wijze kan gaan doen en hieruit inkomen kan genereren.
Beslag.De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat – zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit voorwerpen zijn met behulp waarvan de feiten zijn begaan dan wel voorwerpen die aan de veroordeelde toebehoorden of die hij geheel of ten dele ten eigen bate kan aanwenden en die geheel of grotendeels door middel van de strafbare feiten zijn verkregen.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
Maatregel van schadevergoeding van EUR 5874,00 subsidiair 64 dagen gijzeling.
Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 13] .
Maatregel van schadevergoeding van EUR 3250,00 subsidiair 42 dagen gijzeling.
Maatregel van schadevergoeding van EUR 1750,00 subsidiair 27 dagen gijzeling.
Maatregel van schadevergoeding van EUR 20.000,00 subsidiair 135 dagen gijzeling.
Maatregel van schadevergoeding van EUR 1.521,34 subsidiair 25 dagen gijzeling.
Maatregel van schadevergoeding van EUR 53.001,00 subsidiair 295 dagen gijzeling.
Maatregel van schadevergoeding van EUR 8.546,70 subsidiair 78 dagen gijzeling.
Maatregel van schadevergoeding van EUR 7.033,82 subsidiair 70 dagen gijzeling.