Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
De formele voorvragen.
Bewijs
De bewijsmiddelen.
Vrijspraak ten aanzien van feit 1.
Nadere bewijsoverwegingen en de bewijsbeoordeling.
Ten aanzien van feit 2:
Ten aanzien van de feiten 3 en 4:
Ten aanzien van feit 5:
Ten aanzien van feit 6:
(de rechtbank begrijpt [medeverdachte 5] )iemand met de naam [medeverdachte 3] bij ‘onze groep’ heeft genomen. Op 27 augustus 2018 en 27 september 2018 heeft [medeverdachte 3] aan [medeverdachte 7] telefonisch aanwijzingen gegeven toen [medeverdachte 7] met zijn auto op weg was naar en zich bevond in Valkenswaard. Op aangeven van [medeverdachte 3] heeft [medeverdachte 7] zijn auto overgegeven aan een onbekende die daarmee naar een adres in Neerpelt in België is gereden. Op 26 november 2018 zijn op deze locatie door de Belgische politie stoffen en vloeistoffen bevattende MDMA aangetroffen. Nadat [medeverdachte 7] zijn auto weer in ontvangst heeft genomen, is hij naar de [naam winkel] in Maarssen gereden alwaar de auto wederom is overgegeven aan een ander. De auto is vervolgens naar de [straat] in Utrecht gereden. Op deze locatie wordt op 26 november 2018 een tabletteerinrichting voor MDMA-tabletten aangetroffen. Uit het telefoonverkeer tussen [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] op 27 september 2018 volgt dat [medeverdachte 3] wist dat [medeverdachte 7] op weg was naar de [naam winkel] . Op 10 oktober 2018 neemt [medeverdachte 3] bij het derde transport naar Zweden contact op met de zoon van de chauffeur [chauffeur 2] met het verzoek [chauffeur 2] te laten bellen omdat iedereen zit te wachten.
[medeverdachte 3] had dus zowel contact met [medeverdachte 7] over de drugs gerelateerde transporten van Neerpelt naar Utrecht als betrokkenheid bij het transport naar Zweden in oktober 2018, waarbij [medeverdachte 7] eveneens een belangrijke rol speelde. Op basis van dit samenstel van feiten en de betreffende onderliggende bewijsmiddelen concludeert de rechtbank dat [medeverdachte 3] deel heeft uitgemaakt van het criminele samenwerkingsverband en daarbinnen tenminste een regelende rol heeft vervuld.
De bewezenverklaring.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
- een gevangenisstraf van 8 jaren met aftrek van het voorarrest;
- onttrekking aan het verkeer van de wapens en munitie genoemd onder 2 tot en met 18 op de lijst van in beslag genomen goederen;
- voortzetting van de voorlopige hechtenis.