ECLI:NL:RBOBR:2019:91
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor deelname aan woninginbraak met geweld in Bladel
De rechtbank Oost-Brabant behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van betrokkenheid bij een woninginbraak met geweld te Bladel op of omstreeks 7 september 2017. Verdachte werd ervan beschuldigd samen met een medeverdachte de woning van het slachtoffer te hebben betreden met het oogmerk om diefstal te plegen, waarbij geweld werd gebruikt.
Tijdens de terechtzitting op 12 december 2018 werd de tenlastelegging gewijzigd en werd verdachte onder meer verweten opzettelijk behulpzaam te zijn geweest door zich op bepaalde data in Bladel te begeven met het doel een voorverkenning te doen. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van vier jaar.
De rechtbank nam kennis van het bewijs, waaronder zendmastgegevens en telefoongesprekken tussen verdachte en medeverdachte. Hoewel verdachte op genoemde data in Bladel was, kon niet worden vastgesteld dat hij daar met het doel van een voorverkenning aanwezig was. Ook het bewijs voor het wachten en op de uitkijk staan was onvoldoende.
Daarom oordeelde de rechtbank dat de tenlastelegging niet wettig en overtuigend bewezen kon worden verklaard en sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor deelname aan de woninginbraak met geweld.