Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte] ,
15 januari 2019 en 31 januari 2019.
De tenlastelegging.
1. op of omstreeks 22 november 2014, in elk geval in of omstreeks de periode
2. op of omstreeks 17 april 2015 te [pleegplaats 1] , twee, althans een, mobiele
telefoon(s) merk IPhone (incident 4, dossier heling); en/of
3. op of omstreeks 14 mei 2015, in elk geval in of omstreeks de periode van
4. op of omstreeks 28 juli 2015, in elk geval in of omstreeks de periode van
5. op of omstreeks 21 september 2015, in elk geval in of omstreeks de periode
1. op of omstreeks 22 november 2014, in elk geval in of omstreeks de periode
2. op of omstreeks 17 april 2015 te [pleegplaats 1] , twee, althans een, mobiele
telefoon(s) merk IPhone (incident 4, dossier heling); en/of
3. op of omstreeks 14 mei 2015, in elk geval in of omstreeks de periode van
4. op of omstreeks 28 juli 2015, in elk geval in of omstreeks de periode van
5. op of omstreeks 21 september 2015, in elk geval in of omstreeks de periode
De formele voorvragen.
Bewijs.
- Feit 1: gewoonte maken van opzetheling tussen 1 november 2014 en 22 maart 2016;
- Feit 2: niet voldoen aan de aantekeningverplichting tussen 1 januari 2015 en 22 maart 2016;
- Feit 3: krediet verlenen zonder vergunning tussen 1 januari 2015 en 22 maart 2016;
- Feit 4: gewoonte maken van schuldwitwassen door het verhullen van de herkomst van gouden voorwerpen tussen 1 januari 2014 en 22 maart 2016.
Vrijspraak van feit 1 primair en feit 4.
De gebezigde bewijsmiddelen.
Overwegingen ten aanzien van het bewijs.
De bewezenverklaring.
subsidiair
in de periode van 15 november 2014 tot en met 21 september 2015 te [pleegplaats 1] , (telkens) een of meer goederen, te weten
2. op 17 april 2015 te [pleegplaats 1] , twee mobiele telefoons merk IPhone (incident 4, dossier heling); en
3. op 14 mei 2015, te [pleegplaats 1] een computer, merk Apple Imac (incident 5, dossier heling); en
4. op of omstreeks 28 juli 2015, te [pleegplaats 1] een horloge, merk Omega, type Seamaster (incident 2, dossier heling);
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
€ 8.000,-- en ten aanzien van de misdrijven onder feit 1 subsidiair, feit 3 en feit 4, eist de officier van justitie een geldboete van € 32.000,--.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
EUR 8.000,00 (achtduizend euro)
EUR 28.800,00 (achtentwintigduizend en achthonderd euro)