ECLI:NL:RBOBR:2019:7828
Rechtbank Oost-Brabant
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak rechtbank
Verzoekster heeft de rechtbank verzocht om een schriftelijke aanwijzing van Stichting Jeugdbescherming Brabant over de verzorging en opvoeding van haar zoon te laten vervallen. De rechtbank heeft op 15 november 2019 deze aanwijzing bekrachtigd. Vervolgens heeft verzoekster op 25 november 2019, na de beschikking, een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die de beschikking heeft gegeven.
De wrakingskamer heeft geoordeeld dat de wet geen mogelijkheid biedt tot wraking nadat de rechter op het verzoek heeft beschikt. Daarom is het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard. Ook is geen mondelinge behandeling gehouden omdat het debat over de gegrondheid van het wrakingsverzoek niet aan de orde was.
De beslissing is op 12 december 2019 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Oost-Brabant. Verzoekster kan tegen deze beslissing een voorziening treffen volgens artikel 39 lid 5 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Uitkomst: Wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het verzoek na de einduitspraak is gedaan.