Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.[gedaagde sub 1] ,
Dressuurstal Postelhoef,
1.De procedure
- het tussenvonnis van 18 juli 2019 en de daarin genoemde processtukken
- de conclusie van antwoord in reconventie;
2.De feiten
3.De vordering en het verweer in conventie
De leverdatum van 11 januari 2019 was een fatale termijn. [koopster] kon niet meer gehouden worden aan de koopovereenkomst. Ze is niet in staat gesteld om een aankoop-keuring te laten verrichten. De koopovereenkomst dient vanwege non-conformiteit ontbonden te worden, nu het paard niet als sportpaard geschikt blijkt te zijn en er geen aankoopkeuring heeft kunnen plaatsvinden. Zo geeft artikel 6:265 BW Pro haar de bevoegdheid de overeenkomst te ontbinden. [koopster] vordert schade en stallingskosten. Deze kosten zijn niet onderbouwd en bovendien exorbitant hoog.
Zij heeft bij de koopovereenkomst bemiddeld en deze in opdracht van haar vader, [verkoper] gesloten. [koopster] wilde een paard dat geschikt was voor de sport en heeft de koop willen vastleggen om te voorkomen dat ze het paard zou mislopen. [koopster] is op 15 december 2018 naar het paard komen kijken en ’s-avonds de aanbetaling gedaan. Daarop heeft [verkoopster] de koopovereenkomst opgesteld die door [koopster] is ondertekend zonder een voorbehoud te maken ten aanzien van een mogelijke veterinaire keuring. In de overeenkomst en in het bijzonder in de artikelen 2.1 en 2.2. is opgenomen dat het paard
voorafgaand aan de koopeen veterinaire keuring kon ondergaan en als een keuring
achterwege wordt gelatende gevolgen daarvan voor rekening komen van de koper. Er is geen sprake van ongedaanmakingsverplichtingen. [verkoopster] heeft [koopster] niet tegengewerkt om een medische keuring te laten verrichten. [koopster] had het paard op 11 januari 2019 moeten komen halen en de restant van de koopsom moeten voldoen. Als er na de koop sprake zou zijn dat het paard niet de eigenschappen bezit die [koopster] had mogen verwachten dan had zij de koopovereenkomst door middel van een (koopvernietigende) verklaring van de Faculteit Diergeneeskunde te Utrecht kunnen ontbinden (8.1 en 8.2 van de koopovereenkomst). Eén dag voor 11 januari 2019 wilde [koopster] het paard laten keuren en alleen dan wil meenemen als het paard gekeurd is, waarop [verkoopster] aangeeftt dat ze het paard kan komen halen, maar dat de koop gewoon doorgaat. Als het paard niet wordt opgehaald gaat zij ervan uit dat [koopster] van de koop afziet en de aanbetaling van € 5.000,- als zekerheid opheeft en wordt het paard weer te koop aangeboden.
Niet gebleken is dat het paard niet geschikt zou zijn als sportpaard. Er is dan ook geen sprake van non-conformiteit of een toerekenbare tekortkoming conform artikel 6:74 BW Pro; inhoudende het leveren van een gezond en geschikt paard alsmede het in staat stellen van [koopster] om een aankoopkeuring te verrichten.
Minderprijs
de wettelijke rente
4.De beoordeling
de vordering
voorafgaand aan de koop’een keuring kan plaatsvinden. [verkoper c.s.] zijn van mening dat [koopster] het paard al had gekocht door de (aan)betaling van € 5.000,- en dat de afspraak was gemaakt dat [koopster] het paard op 11 januari 2019 zou komen ophalen.
als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast);