Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Parketnummer vordering: 01/879533-16
[verdachte] ,
De tenlastelegging.
a) heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer 1] (sub 1)
Rechtbank Oost-Brabant
De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte vrijgesproken van mensenhandel ten aanzien van zijn ex-vriendin over de periode van 2007 tot 2013, omdat het bewijs onvoldoende was en de verklaringen van het slachtoffer niet werden ondersteund door onafhankelijk bewijs. De rechtbank oordeelde dat de relatie tussen verdachte en het slachtoffer complex was en dat er geen overtuigend bewijs was voor uitbuiting.
Wel achtte de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig maakte aan meermalen bedreigen van zijn ex-vriendin en haar kennissen in 2018, onder meer via WhatsApp- en Snapchat-berichten met bedreigingen tegen het leven en zware mishandeling. Daarnaast werd bewezen verklaard dat verdachte politieambtenaren tijdens hun dienst heeft bedreigd en beledigd met grove scheldwoorden.
De rechtbank legde verdachte een gevangenisstraf van twee maanden op, met aftrek van voorarrest. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding wegens mensenhandel werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak. Tevens werd een voorwaardelijke gevangenisstraf van 30 dagen uit een eerdere zaak gedeeltelijk ten uitvoer gelegd.
De uitspraak benadrukt het belang van voldoende en onafhankelijk bewijs bij mensenhandelzaken en toont aan dat bedreigingen en beledigingen jegens ambtenaren zwaar worden bestraft.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mensenhandel, maar veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf voor bedreiging en belediging.