Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verdachte]
De tenlastelegging.
hij op of omstreeks 17 oktober 2018 te Eindhoven, althans in het arrondissement Oost-Brabant, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, geld (ongeveer 290 euro), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 1] , heeft weggenomen
hij op of omstreeks 24 oktober 2018 te Eindhoven, althans in het arrondissement Oost Brabant, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, geld (ongeveer 370 euro), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen
hij op of omstreeks 26 oktober 2018 te Eindhoven, althans in het arrondissement Oost-Brabant, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, geld (ongeveer 6000 euro), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan de [benadeelde partij 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)
hij op of omstreeks 27 oktober 2018 te Eindhoven, althans in het arrondissement Oost-Brabant, geld (ongeveer 7563 euro) en/of sigaretten, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte toebehoorde, te weten aan de [benadeelde partij 4] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte
hij op of omstreeks 17 december 2018 te Eindhoven, althans in het arrondissement Oost-Brabant, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 47,61 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
De formele voorvragen.
Vrijspraak.
Bewijs
De bewezenverklaring.
hijopof omstreeks17 december 2018 te Eindhoven, althans in het arrondissement Oost-Brabant,opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 47,61 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gramhennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
De strafbaarheid van het feit.
De strafbaarheid van verdachte.
Oplegging van straf en/of maatregel.
De rechtbank zal een lichtere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank minder feiten bewezen acht en bovendien het jeugdstrafrecht toepast.
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] .
De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] .
Beslag.De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum genoemde Denim jas en trainingsbroek vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting – dit voorwerpen zijn waarmee de feiten zijn begaan nu verdachte genoemde jas en trainingsbroek droeg ten tijde van de overvallen en deze voorwerpen ten tijde van het begaan van de feiten aan verdachte toebehoorden.
Toepasselijke wetsartikelen.
DE UITSPRAAK
T.a.v. feit 4 subsidiair:afpersing
Verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen, te weten: