ECLI:NL:RBOBR:2019:4451
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WGA-vervolguitkering en arbeidsongeschiktheid na bezwaar werkgever
Eiser, vrachtwagenchauffeur, ontving sinds 2014 een loongerelateerde WGA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 41%. Na bezwaar van de werkgever stelde verweerder de arbeidsongeschiktheid bij onderzoek bij tot 27,17%, waarop de WGA-vervolguitkering werd beëindigd.
Eiser voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was omdat verweerder niet de volledige medische rapportage van Ergatis had opgevraagd en onvoldoende aandacht had besteed aan zijn psychische beperkingen. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek in eerste instantie onvolledig was, maar dat dit in beroep was hersteld, waardoor eiser niet langer werd benadeeld.
De rechtbank achtte het onderzoek van de verzekeringsarts B&B verder voldoende zorgvuldig, ook gezien eigen onderzoek en het betrekken van medische informatie. De beperkingen van eiser werden naar het oordeel van de rechtbank niet onderschat, en de vastgestelde functies werden als passend beoordeeld.
Het beroep werd ongegrond verklaard. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van de WGA-vervolguitkering wordt ongegrond verklaard, met vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.