ECLI:NL:RBOBR:2019:3629
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening WAO-uitkering en geschiktheid functies bij arbeidsongeschiktheid
Eiser, sinds 1989 arbeidsongeschikt en werkzaam geweest als bode, kreeg zijn WAO-uitkering herzien naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van 35 tot 45% per 21 november 2017. Verweerder baseerde dit op een rapport van verzekeringsartsen die oordeelden dat eiser ondanks beperkingen geschikt is voor drie functies. Eiser stelde dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat de functies niet passend waren, onderbouwd met een rapport van een eigen verzekeringsarts.
De rechtbank oordeelde dat het onderzoek van verweerder zorgvuldig was, mede omdat verzekeringsartsen dossierstudie en onderzoeken hadden verricht. De rechtbank vond geen reden om de beperkingen van eiser te onderschatten. De door eiser aangevoerde extra beperking inzake prikkelintolerantie werd door de verzekeringsarts van verweerder gemotiveerd weerlegd.
De functies wikkelaar, samensteller elektronische apparatuur, productiemedewerker en administratief medewerker (document scannen) werden passend bevonden. De door eiser aangevoerde bezwaren tegen de functies werden niet gevolgd. Het beroep werd ongegrond verklaard en de rechtbank wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard en de functies worden passend bevonden.