ECLI:NL:RBOBR:2019:3048
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen poging tot opzettelijke brandstichting in kantoorpand met woning
Op 15 september 2018 werd in Cuijk een poging tot brandstichting gepleegd in een kantoorpand met een aangelegen woning. Verdachte en een mededader forceerden een ruit, gooiden een brandende prop papier naar binnen en brachten open vuur in aanraking met benzine, waardoor levensgevaar voor een bejaarde vrouw in de woning ontstond.
De politie trof een vernielde ruit, een geopende jerrycan met benzine en een verbrande prop papier aan. Verdachte werd kort na het incident aangehouden met een aansteker in zijn hand en glassplinters op zijn kleding. Ondanks zijn zwijgrecht achtte de rechtbank het bewijs overtuigend en concludeerde dat verdachte medepleger was.
De verdediging voerde aan dat geen bewijs was dat open vuur met benzine in aanraking was gebracht, maar dit werd door de rechtbank verworpen. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 30 maanden op, rekening houdend met de ernst van het feit, het levensgevaar voor de aanwezige vrouw en de maatschappelijke onrust die het incident veroorzaakte.
Verdachte had kort daarvoor al een straf opgelegd gekregen en pleegde het delict tijdens de proeftijd. De rechtbank vond een lange vrijheidsbeneming passend ter vergelding en beveiliging van de maatschappij. De motieven van verdachte bleven onduidelijk doordat hij geen verklaring gaf.
De rechtbank sprak verdachte vrij van andere tenlasteleggingen en baseerde haar oordeel op wettig en overtuigend bewijs, waaronder het NFI-onderzoek en verklaringen van getuigen en politie.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van poging tot opzettelijke brandstichting met levensgevaar.