Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[verzoekers] , te [woonplaats] ,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
22 februari 2019.
Rechtbank Oost-Brabant
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen vier omgevingsvergunningen voor het kappen van in totaal 29 bomen en het herplanten van 20 bomen in of nabij het Burgemeester Van Zwietenpark te ’s-Hertogenbosch. De eerste drie bezwaren zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening. Het bezwaar tegen de vierde vergunning is wel tijdig ingediend, maar verzoekers worden niet als belanghebbenden aangemerkt omdat zij geen directe of betekenisvolle gevolgen ondervinden van het kappen van vier bomen op circa 300 meter afstand van hun woningen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat een louter gevoel van betrokkenheid bij het park onvoldoende is om als belanghebbende te worden beschouwd. De publicaties van de vergunningen in het Gemeenteblad voldeden aan de wettelijke eisen en verzoekers hadden zelf contact kunnen opnemen voor meer informatie. De rechtbank bevestigt dat de termijnen voor bezwaar van openbare orde zijn en niet kunnen worden overschreden zonder geldige reden.
Gelet op het ontbreken van een persoonlijk belang bij het besluit verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de kapvergunningen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.