Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Beschikking op grond van Verordening (EG) nr. 861/2007, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2015/2421, in de zaak van:
1. [De heer van R.] pro se en in de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van zijn minderjarige kinderen [W. van R.] en [L. van R.] ;
2. [Mevrouw R.] pro se en in de hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige kinderen [W. van R.] en [L. van R.] ;
gemachtigde: K.A.M. Verheijen, DAS Rechtsbijstand,
Corendon,
De procedure
De vordering
De beoordeling
De beslissing
donderdag 25 april 2019 om 09.00 uurvoor het indienen van een conclusie van antwoord door verweerster;