ECLI:NL:RBOBR:2018:5943
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde hotel per 1 januari 2016 met geschil over objectafbakening en waardebepaling
Eiseres, gebruiker van een hotel, betwist de door de gemeente vastgestelde WOZ-waarde van € 785.000 per 1 januari 2016 en stelt een lagere waarde van € 749.000 voor. Verweerder baseert de waarde op een OCF-berekening en de eigen koopprijs van € 2.350.000 uit 2011, die echter niet op de vrije markt tot stand kwam.
De rechtbank onderzoekt de objectafbakening en concludeert dat het naastgelegen perceel met parkeerplaatsen niet tot het hotelcomplex behoort, omdat eiseres dit niet met verifieerbare stukken heeft onderbouwd en geen gebruiksrecht heeft. De taxatiemethode is juist toegepast en de lagere vastgestelde waarde wordt ondersteund door de koopprijs, ondanks het tijdsverloop en de relatie tussen partijen.
Eiseres voert waardeverminderende factoren aan zoals gebreken, verpaupering en geluidsoverlast, maar deze zijn niet vastgesteld door de taxateur en worden door verweerder weersproken. De rechtbank volgt verweerder en ziet geen reden om aan de vastgestelde waarde te twijfelen.
De door eiseres voorgestelde lagere waarde is onvoldoende onderbouwd. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van € 785.000 wordt ongegrond verklaard.