Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding
- de incidentele conclusie tot verwijzing naar de kantonrechter
- de incidentele conclusie van antwoord.
2.De beoordeling in het incident
3.De beslissing
30 augustus 2018om 09:00 uur,
Rechtbank Oost-Brabant
In deze civiele procedure vordert eiseres een nabestaandenpensioen dat Philips als werkgever aan haar ex-echtgenoot heeft toegezegd. Philips verzoekt de rechtbank de zaak te verwijzen naar de kantonrechter, omdat deze volgens artikel 216 Pensioenwet Pro en artikel 93 sub d Rv Pro bevoegd is om geschillen over pensioenregelingen te behandelen.
Eiseres betoogt dat haar vorderingen een onbepaalde waarde hebben en dat zij subsidiair een onrechtmatige daad aanvoert, maar erkent dat de rechtbank hierover heeft geoordeeld. De rechtbank oordeelt dat de reikwijdte van artikel 216 Pensioenwet Pro ruim moet worden geïnterpreteerd, zodat ook vorderingen uit onrechtmatige daad die voortvloeien uit pensioenregelingen onder de bevoegdheid van de kantonrechter vallen.
Daarom wordt de zaak verwezen naar de kamer voor kantonzaken. Omdat eiseres de zaak bij de verkeerde rechter heeft ingediend en daardoor een incident heeft veroorzaakt, wordt zij veroordeeld in de proceskosten van het incident. Tevens wordt gewezen op de mogelijkheid om in de vervolgprocedure zonder advocaat op te treden en op een verlaging van het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank verwijst de zaak naar de kantonrechter en veroordeelt eiseres in de proceskosten van het incident.