Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juli 2018 in de zaak tussen
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Eiseres heeft naar het oordeel van de rechtbank terecht aangevoerd dat, nu er geen huurovereenkomsten zijn overgelegd ter staving van de huurwaarden die door verweerder zijn gebruikt voor de gehanteerde vergelijkingsobjecten, deze al om die reden niet bruikbaar zijn ter onderbouwing van de gehanteerde huurwaarde. De rechtbank kan de huurprijzen van de vergelijkingsobjecten niet verifiëren en evenmin vaststellen of, zoals verweerder kennelijk aangeeft in de formulieren, al dan niet sprake is van incentives en andere correcties. Daarbij komt dat verweerder desgevraagd op zitting heeft aangegeven dat de huurder van [adres] het pand al 10 jaar huurde en dat sprake is van opvolgende huur, wat vragen oproept of in dit geval sprake is van een marktconforme huur en waarbij te meer aanleiding is om te verifiëren of hierbij incentives of correcties een rol hebben gespeeld.
Met betrekking tot de hoogte van de voor vergoeding in aanmerking komende taxatiekosten hanteert de rechtbank de Richtlijn inzake vergoeding van proceskosten bij WOZ-taxaties (Stcrt. 2018, 28796, hierna: de Richtlijn). Verweerder heeft het door eiseres aangegeven tijdsbeslag van twee uur voor de taxatiewerkzaamheden niet betwist, zodat de rechtbank hiervan uitgaat. Omdat het hier een courante niet-woning betreft, hanteert de rechtbank een uurtarief van € 68, exclusief BTW. De rechtbank gaat er daarbij vanuit dat eiseres, een besloten vennootschap, de omzetbelasting in aftrek kan brengen en deze aldus niet daadwerkelijk op haar drukt. Dat betekent dat voor vergoeding in aanmerking komt een bedrag van € 136 in verband met de taxatiewerkzaamheden. De totale proceskosten-vergoeding bedraagt € 1.643.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraak;
- stelt de waarde van de onroerende zaak te [adres] per waardepeildatum 1 januari 2016, voor het kalenderjaar 2017, vast op € 1.025.000 en vermindert de daarop gebaseerde aanslag OZB dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;