ECLI:NL:RBOBR:2018:1874
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident over consumentbegrip en toepasselijkheid Brussel I bis bij paardenkoop
In deze zaak staat een bevoegdheidsincident centraal waarbij de vraag is of de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van een geschil over koopovereenkomsten van paarden. Eisers vorderen ontbinding van de koop en terugbetaling van de koopsommen, terwijl gedaagde zich op onbevoegdheid beroept omdat zij in België woont en de koop daar plaatsvond.
De kern van het incident betreft de uitleg van het begrip consument in de zin van Verordening (EU) Nr. 1215/2012 (Brussel I bis). Eisers beroepen zich op de uitzonderingsregel voor consumenten, maar de kantonrechter stelt vast dat eisers, met name [B.], niet als consument kunnen worden aangemerkt omdat zij beroepsmatig handelen met de intentie winst te maken. Dit blijkt onder meer uit het direct na aankoop te koop aanbieden van de paarden.
De kantonrechter overweegt dat het begrip consument restrictief moet worden uitgelegd en dat een toekomstige beroepsactiviteit voldoende is om niet als consument te worden beschouwd. Daarnaast is vastgesteld dat de verbintenissen uit de overeenkomst in België zijn uitgevoerd, waardoor op grond van artikel 7 Brussel Pro I bis de Belgische rechter bevoegd is. Daarom wijst de kantonrechter het verzoek tot onbevoegdverklaring toe en verklaart zich onbevoegd in de hoofdzaak.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het geschil en wijst het verzoek tot onbevoegdverklaring toe.