Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 11 januari 2018 in de zaak tussen
[eiser] , eiser, en
Procesverloop
Overwegingen
Zij hebben het chalet in 2003 aangeschaft en betaalden ook de huur van de staplaats. Eisers mochten slechts gebruik maken van het chalet, mede vanwege de moeilijke situatie waarin eisers verkeerden. Eisers waren geen eigenaar van het chalet dus er vielen ook geen inlichtingen over te verschaffen.
12.1 Ter zitting heeft verweerder ter verdere toelichting gewezen op de premies voor de uitvaartverzekering van eisers. In hun verklaringen tegenover verweerder hebben eisers gezegd dat zij deze contant hebben betaald van hun vakantiegeld, maar uit het onderzoek dat verweerder onder meer bij de verzekeraar heeft gedaan, blijkt dat de verzekeringspremies al jaren giraal door de broer en zus van eiseres zijn voldaan.
De rechtbank overweegt in dit verband verder dat de Nibud-norm voor uitgaven aan eten en drinken niet maatgevend lijkt voor de werkelijke uitgaven van bijstandsgerechtigden hieraan. Het door verweerder bedoelde negatieve saldo tussen inkomsten en uitgaven is dan ook niet een daadwerkelijk saldo, maar het verschil tussen de inkomsten die eisers voor het intrekkingsbesluit hadden en de uitgaven waarvan verweerder vindt dat eisers die zouden moeten hebben. De betrekkelijkheid van de bevindingen van verweerder neemt echter niet weg dat het verschil tussen het besteedbare bedrag van € 241,18 en de Nibud-norm zodanig in het oog springt dat dit vragen over de financiële situatie van eisers oproept, waarbij de rechtbank in aanmerking neemt dat van genoemde € 241,18 niet alleen eten en drinken maar ook andere zaken zoals kleding, schoeisel en toiletbenodigdheden zouden moeten worden aangeschaft.