Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Procesverloop
Overwegingen
- Partijen verschillen van mening over de uitleg van voorschrift 17.4.1 van de milieuvergunning van 29 november 2007. Wanneer is een tank nu vloeistofdicht en wanneer niet? Meer in het bijzonder, is het verschijnsel ‘zweten van een tank’ een overtreding van voorschrift 17.4.1? Deze vraag leent zich niet voor beantwoording in deze procedure. Hiervoor is de inschakeling van de Stichting advisering Bestuursrechtspraak (StAB) vereist om het verschijnsel uit te leggen en de daaruit voortvloeiende milieuhinder te beschrijven. Deze inschakeling kost teveel tijd binnen het bestek van deze procedure.
- Een andere omstandigheid is dat verweerder in last 5 accepteert dat de daarin genoemde tank V250 wordt onderzocht door een in samenspraak overeengekomen inspecteur. Na deze inspectie kan tank V250 (die wel had gelekt) weer in gebruik worden genomen zonder een preventieve last. De voorzieningenrechter ziet, zonder nadere toelichting, niet in waarom verweerder anders handelt ten aanzien van een tank die wel heeft gelekt.
- Een laatste omstandigheid is dat de tanks ten tijde van het primaire besluit waren gevuld. Dit noodzaakt verzoekster tot een lastige keuze. Ofwel hij voert de mest af tegen hoge kosten en neemt geen risico. Ofwel hij laat de mest in de tanks en neemt het risico op het verbeuren van een hoge dwangsom. Dit heeft verweerder onvoldoende betrokken in belangenafweging bij de oplegging van last 8.
- Verzoekster heeft in de aanloop naar de zitting van 24 januari 2018 ook aangegeven bereid te zijn om de tanks in last 8 eerder buiten gebruik te stellen.