Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 11 mei 2016
- het proces-verbaal van comparitie van 14 november 2016.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
904,00(2,0 punten × tarief € 452,00)
Rechtbank Oost-Brabant
Op 22 juni 2014 vond een verkeersongeval plaats op een kruising tussen een brandweerauto met sirene en zwaailicht en een motorfiets. De motorrijder reed door oranje of rood licht en gaf onvoldoende voorrang aan de brandweerauto, die met een lage snelheid de kruising opreed. De motorrijder liep ernstig letsel op.
De motorrijder vorderde schadevergoeding van de brandweer en haar verzekeraar, stellende dat de brandweerauto te snel door rood reed en daardoor gevaarlijk handelde. De brandweer betwistte dit en stelde dat de motorrijder zelf roekeloos reed en de voorrangsregels overtrad.
De rechtbank oordeelde dat de brandweerauto waarschijnlijk niet sneller dan 20 km/u reed en dat de motorrijder met een te hoge snelheid en door oranje of rood licht reed. De interne Brancherichtlijn voor brandweerauto’s is niet rechtstreeks afdwingbaar maar kan wel meewegen bij de beoordeling van gevaarzetting. De rechtbank concludeerde dat de motorrijder de hoofdschuldige is en wees de vordering af.
De motorrijder werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis werd gewezen door mr. M.J.M.A. van der Put op 1 maart 2017.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en oordeelt dat de motorrijder verkeersfouten maakte en de brandweer niet aansprakelijk is.