Op 15 mei 2015 vond er een brand plaats in de pompomkasting op de afvalwaterput van de ontzwavelingsunit van de Groen Gas Installatie (GGI) te Son. Verdachte, als exploitant van de inrichting, heeft dit ongewoon voorval niet zo spoedig mogelijk gemeld bij het bevoegde bestuursorgaan, zoals vereist volgens artikel 17.1 van de Wet milieubeheer.
De zaak werd aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 16 oktober 2017 en is behandeld door de meervoudige economische kamer van de rechtbank Oost-Brabant. Tijdens de terechtzitting van 11 december 2017 heeft de vertegenwoordiger van verdachte een bekennende verklaring afgelegd. De verdediging voerde geen verweren aan tegen het bewijs en pleitte niet voor vrijspraak.
De rechtbank achtte het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk het ongewoon voorval niet tijdig heeft gemeld. Gelet op de ernst van het feit, de omvang van de onderneming en het belang van een signaal aan soortgelijke bedrijven, legde de rechtbank een geldboete van €25.000 op, conform de eis van de officier van justitie.
De rechtbank sprak verdachte vrij van hetgeen meer of anders was ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde. De strafbaarheid van het feit en van verdachte werd bevestigd, en de opgelegde sanctie weerspiegelt de ernst van de overtreding en de omstandigheden waaronder deze is gepleegd.