ECLI:NL:RBOBR:2017:5601
Rechtbank Oost-Brabant
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek medehuurderschap zoon bij duurzame gemeenschappelijke huishouding met vader
Vader huurt sinds 1971 een woning van BrabantWonen, waarin zijn zoon sinds 2010 woont. De zoon vroeg in 2016 om medehuurderschap, dat door BrabantWonen werd geweigerd met het argument dat kinderen geen duurzame gemeenschappelijke huishouding met ouders kunnen voeren volgens het huurrecht.
De rechtbank oordeelt dat vader en zoon sinds 2010 een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren, waarbij de zoon zorg verleent aan zijn zieke vader. Dit blijkt uit diverse bewijsstukken, waaronder verklaringen van familieleden, een cliëntkaart van BrabantZorg en medische brieven.
BrabantWonen stelde dat het verzoek te laat was en dat de zoon onvoldoende financiële waarborg bood, maar deze verweren werden verworpen. De rechtbank acht het maatschappelijk onacceptabel dat de zoon na overlijden van vader de woning zou moeten verlaten.
De vordering wordt toegewezen en de zoon wordt met ingang van de dag van dagvaarding medehuurder. BrabantWonen wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De zoon wordt met ingang van 20 maart 2017 medehuurder van de woning en BrabantWonen wordt veroordeeld in de proceskosten.