Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vught, verweerder,
[vergunninghouder], te [plaats], vergunninghouder,
Rechtbank Oost-Brabant
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vught verleende een omgevingsvergunning aan een vergunninghouder voor het realiseren van een dierenpension aan de Kruishoeveweg 5 te Vught. Verzoekers stelden beroep in tegen dit besluit en vroegen tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekers geen belanghebbenden zijn omdat zij, ondanks hun betwisting van het akoestisch rapport, gelet op de afstand van ruim 900 meter tot het pension en het ontbreken van zicht daarop, niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij hinder van enige betekenis ondervinden. Deze afstand is aanzienlijk groter dan de indicatieve richtafstand van 30 meter voor een categorie-2-bedrijf volgens de VNG-brochure.
De voorzieningenrechter sloot aan bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waarin is bepaald dat voor belanghebbendheid bij hinder door bestemmingsplanactiviteiten objectieve hinder van enige betekenis moet worden aangetoond. Omdat dit niet het geval was, werden het verzoek om voorlopige voorziening en het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Verzoekers zijn geen belanghebbenden en hun verzoek om voorlopige voorziening en beroep worden niet-ontvankelijk verklaard.