De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor het medeplegen van het bereiden, bewerken en verwerken van amfetamine, het medeplegen van strafbare voorbereidingshandelingen in het kader van de Opiumwet en schuldheling van een gestolen snorfiets. De feiten vonden plaats tussen november 2016 en februari 2017 in een loods en garagebox die door verdachte werden gehuurd.
Tijdens een bestuurlijke controle werd in de loods een synthetisch drugslaboratorium aangetroffen met diverse chemicaliën en laboratoriumapparatuur. Het NFI stelde vast dat onder andere amfetamine en tussenproducten voor de productie daarvan aanwezig waren. DNA-sporen van verdachte en zijn zoon werden op laboratoriumhandschoenen en een gasmasker aangetroffen. Verdachte gaf geen plausibele verklaring voor zijn aanwezigheid en werkzaamheden in de loods.
Daarnaast werd een snorfiets in beslag genomen die verdachte aan zijn zoon had gegeven, waarvan verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat deze gestolen was. De verdediging voerde gebrek aan bewijs aan en stelde dat verdachte niets wist van de drugslaboratoriumactiviteiten, maar de rechtbank achtte medeplegen bewezen.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 48 maanden op, lager dan de eis van 54 maanden, met aftrek van voorarrest. Tevens werd een caravan verbeurd verklaard en horloges onttrokken aan het verkeer. Teruggave van de verkoopsom van een inbeslaggenomen Ford Transit werd gelast. De straf weerspiegelt de ernst van de feiten, de gevaren van synthetische drugsproductie en de eerdere veroordelingen van verdachte.