ECLI:NL:RBOBR:2017:4299
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel van witwassen
De rechtbank Oost-Brabant behandelde op 14 augustus 2017 de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van verdachte, veroordeeld voor meermalig witwassen tussen 1 januari 2014 en 4 april 2016.
De officier van justitie vorderde betaling van €38.608,25 aan de Staat, gebaseerd op een politieonderzoek waaruit bleek dat verdachte meer had uitgegeven dan zijn bekende legale inkomsten toelieten. Verdachte verklaarde contant geld uit eerdere legale inkomsten te hebben gebruikt, maar kon dit niet onderbouwen met bewijs.
De rechtbank oordeelde dat verdachte het voordeel door middel van of uit baten van de bewezen feiten had verkregen en dat zijn verklaring onvoldoende aannemelijk was. Op grond van artikel 36e Wetboek van Strafrecht werd de ontnemingsmaatregel opgelegd.
Het vonnis verplicht verdachte tot betaling van het genoemde bedrag aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: Verdachte is verplicht tot betaling van €38.608,25 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit witwassen.