De rechtbank Oost-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk binnenbrengen van ongeveer 5918 gram cocaïne in Nederland. Verdachte fungeerde als contactpersoon aan Nederlandse zijde voor het drugstransport vanuit Curaçao en was betrokken bij de voorbereiding, het vervoer en de aflevering van het pakket met drugs.
De bewijsvoering bestond uit verklaringen van medeverdachten, telefonische en sms-contacten, observaties en camerabeelden. Hoewel de verklaring van een medeverdachte inconsistenties vertoonde, werd deze ondersteund door objectieve bewijsmiddelen. Verdachte heeft geen overtuigende tegenverklaring gegeven.
De rechtbank oordeelde dat verdachte een nauwe en bewuste samenwerking met anderen had, wat medeplegen oplevert. Verdachte wist wat er in het pakket zat en speelde een cruciale rol bij het transport en de aflevering.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de maatschappelijke impact van drugsgebruik en de recidive van verdachte. Gezien de omstandigheden werd een gevangenisstraf van 3 jaar opgelegd, lager dan de eis van 40 maanden, maar passend bij de ernst van het delict.