ECLI:NL:RBOBR:2017:3665
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken opzet en beschikkingsmacht in amfetamine- en hennepzaak
De rechtbank Oost-Brabant behandelde op 11 juli 2017 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van betrokkenheid bij de productie en opslag van amfetamine en hennep in gehuurde loodsen te Uden en Zeeland.
De officier van justitie stelde dat verdachte opzettelijk aanwezig was geweest bij grote hoeveelheden amfetamine en hennep, en dat hij medepleger of medeplichtige was bij de productie en handel in deze middelen. Verdachte was huurder van de ruimtes, maar verklaarde dat hij deze voor een onbekende derde had gehuurd en geen weet had van de illegale activiteiten.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs ontbrak dat verdachte wist of had moeten vermoeden waarvoor de loodsen werden gebruikt. Er waren geen aanwijzingen dat verdachte feitelijke beschikkingsmacht had over de aangetroffen drugs of dat hij actief betrokken was. De verklaringen van verhuurders en het ontbreken van sporen die verdachte verbinden aan de drugs ondersteunden dit.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten, waaronder het aanwezig hebben van amfetamine, de hennepkwekerij en de diefstal van elektriciteit. De rechtbank concludeerde dat de vereiste opzet ontbrak en dat verdachte niet als medepleger of medeplichtige kon worden aangemerkt.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van opzet en feitelijke beschikkingsmacht over de gehuurde loodsen met drugs.