Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
Vonnis van 12 juli 2017
De procedure
- het tussenvonnis van 19 oktober 2016;
- de brieven van 6 en 9 januari 2017 van Sprookjesland, waarbij producties in het geding zijn gebracht;
- het proces-verbaal van comparitie van 18 januari 2017.
De feiten
Akten van taxatie:
Het geschil en de beoordeling ervan
In 2011 bedroeg de omzet € 675.000,-. Er was derhalve geen sprake van een onderverzekering.
- € 140.732,- ter zake te weinig uitgekeerde bedrijfsschade;
- € 11.910,- ter zake de kosten van de accountant, die niet nodig waren geweest als het juiste schadebedrag zou zijn betaald;
- Behandelingskosten van de Rabobank, bij wie zij geld heeft moeten lenen om haar bedrijfspand te herbouwen. Die lening was niet nodig geweest als het juiste schadebedrag zou zijn betaald. De rente vormt aldus ook een schadepost als gevolg van de tekortkoming van [gedaagde] . Tot en met december 2015 bedraagt deze € 6.794,74.
“Akkoordverklaring/Akte van schadetaxatie
nietis uitgegaan van een onderverzekering van 45%. Dit volgt uit het navolgende.
aanvankelijkeen conceptberekening was gemaakt op basis van de cijfers 2008-2010. Toen leek er wel sprake te zijn van een onderverzekering. Daarom was er “onderverzekering” vermeld in een eerste berekening (productie 31 van Sprookjesland) en per abuis in de brief van 20 augustus 2012.
€ 2.842,00(2 punten × tarief € 1.421,00)