De werknemer, een Hongaarse uitbener, vroeg op vrijdag 22 april 2016 verlof aan voor de maandag erop om naar Hongarije te reizen. Dit werd door de werkgever geweigerd vanwege korte termijn en onvoldoende bezetting. De werknemer tekende die dag op de parkeerplaats een formulier dat zowel als vakantieaanvraag als ontslagverklaring kon dienen. De werknemer dacht dat het om een vakantieaanvraag ging, terwijl de werkgever het invulde als ontslag per 23 april 2016.
De werkgever stelde dat de werknemer bewust zijn ontslag had ingediend, omdat hij had aangegeven toch niet te komen werken als hij geen verlof kreeg. De werknemer sprak echter weinig Nederlands en begreep niet volledig wat hij ondertekende. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever onvoldoende had geverifieerd of de werknemer zich bewust was van de gevolgen van het ondertekenen van het formulier en dat er geen duidelijke en ondubbelzinnige opzegging was.
De werknemer hield zich beschikbaar voor werk en vorderde loonbetaling vanaf 26 april 2016. De kantonrechter wees de loonvordering en het vakantiegeld toe, maar wees de vordering voor structureel overwerk af wegens onvoldoende onderbouwing. De wettelijke verhoging op het loon werd gematigd tot nihil, maar die op het vakantiegeld werd toegewezen.
De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het loon, vakantiegeld, wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis werd uitgesproken op 4 mei 2017 door kantonrechter M.H. Kobussen.