De zaak betreft een langdurige en ernstige ex-partnerstrijd tussen de ouders van een 8-jarige minderjarige, waardoor het kind ernstig klem zit en haar ontwikkeling bedreigd wordt. De minderjarige woont bij de moeder en heeft contact met de vader volgens een contractregeling. De ondertoezichtstelling is reeds verlengd, maar de strijd tussen ouders blijft onverminderd en belemmert hulpverlening en de ontwikkeling van het kind.
De Gecertificeerde Instelling (GI) verzoekt om machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige in een pleeggezin, met als doel haar te onttrekken aan de schadelijke situatie en haar vanuit een neutrale omgeving onbelast contact met beide ouders te laten onderhouden. De vader verzoekt plaatsing bij hem, terwijl de moeder verzet aantekent en aanvullende verzoeken indient voor deskundigenonderzoek en benoeming van een bijzondere curator, welke door de rechtbank worden afgewezen.
De rechtbank overweegt dat de mogelijkheden binnen de ondertoezichtstelling zijn uitgeput en dat de strijd tussen ouders en de negatieve patronen ernstig schadelijk zijn voor de minderjarige. Uithuisplaatsing is noodzakelijk om verdere beschadiging te voorkomen, het gedrag van het kind professioneel te observeren en hulpverlening te starten. De machtiging wordt verleend voor de periode van 2 maart 2017 tot uiterlijk 31 augustus 2017, uitvoerbaar bij voorraad.