ECLI:NL:RBOBR:2017:155
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking exploitatievergunning raamprostitutiebedrijf op grond van Wet Bibob
Verzoeker heeft een exploitatievergunning voor een raamprostitutiebedrijf, die door de burgemeester van Eindhoven is ingetrokken op grond van de Wet Bibob vanwege een ernstig gevaar dat de vergunningen zouden worden gebruikt voor het benutten van uit strafbare feiten verkregen voordelen.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening die de intrekking opschort, met het argument dat het Bibob-advies onjuist is. De voorzieningenrechter constateert onverwijlde spoed maar oordeelt dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft.
De burgemeester heeft het besluit gebaseerd op een Bibob-advies en aanvullend advies van het Landelijk Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (LBB), die zorgvuldig tot stand zijn gekomen en voldoende feitelijke grondslag bieden.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af omdat het algemeen belang zwaarder weegt dan het belang van verzoeker bij behoud van de vergunningen. Nieuwe door verzoeker tijdens de zitting aangevoerde omstandigheden worden niet meegewogen wegens strijd met de goede procesorde.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J. Lie op 13 januari 2017 en er staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de intrekking van de exploitatievergunningen wordt afgewezen.