Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- het tussenvonnis van 5 oktober 2016
- het proces-verbaal van comparitie van 26 januari 2017.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
904,00(2,0 punten × tarief € 452,00)
Rechtbank Oost-Brabant
De zaak betreft een civiele procedure tussen een voormalig docent Frans en het onderzoeksbureau KPC, dat in opdracht van het College een onderzoek uitvoerde naar onvrede binnen een team. Het rapport benoemde de docent en twee collega's als veroorzakers van problemen zonder concrete onderbouwing en zonder hen gelegenheid te geven te reageren.
KPC presenteerde het rapport aan het College en het team, waarbij namen werden genoemd en het advies werd gegeven om afscheid te nemen van de betrokken medewerkers. Dit leidde tot ontslag van de docent, ondanks positieve eerdere beoordelingen en het ontbreken van een verbetertraject.
De rechtbank oordeelde dat KPC onzorgvuldig en onrechtmatig heeft gehandeld door het schenden van vertrouwelijkheid, het ontbreken van hoor en wederhoor en het geven van een arbeidsrechtelijk advies zonder de juiste expertise. Dit gedrag is aan KPC toe te rekenen en heeft geleid tot schade bij de docent, waaronder financiële en psychische schade.
Hoewel het rapport later is ingetrokken, blijft de schade bestaan. KPC is daarom gehouden tot schadevergoeding, nader op te maken bij staat. De proceskosten worden aan KPC opgelegd.
Uitkomst: KPC is veroordeeld tot schadevergoeding aan de docent wegens onrechtmatige daad en draagt de proceskosten.