Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
1.De procedure
- het verzoekschrift van [verzoekster] ex artikel 1019w Rv met producties,
- het verweerschrift van NN, tevens houdende zelfstandig tegenverzoek, met producties,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 27 oktober 2016.
2.De feiten
3.Het verzoek
- voor recht te verklaren dat de reactie van Schoutrop van 4 april 2016 bij de beoordeling van het deskundigenbericht van 5 september 2014 buiten beschouwing moet worden gelaten;
- de kosten van het deelgeschil te begroten op 6.929,23 euro, te vermeerderen met de kosten voor de voorbereiding en het bijwonen van de mondelinge behandeling, begroot op 10 uur, en NN te veroordelen tot betaling van de kosten.
4.Het tegenverzoek
- Primair, de vordering tot verklaring voor recht af te wijzen, nu er geen reden is om het rapport van 4 april 2016 buiten beschouwing te laten, en voor recht te verklaren dat de rapporten van Schoutrop niet tegenstrijdig zijn, en de in het antwoord op vraag 1f opgenomen jaartallen met elkaar verwisseld zijn;
- Subsidiair, te bepalen dat aanvullende vragen aan Schoutrop dienen te worden gesteld omtrent de in beide rapporten opgenomen conclusies en bevindingen;
- Meer subsidiair- in het geval geoordeeld wordt dat het rapport van 4 april 2016 wél buiten beschouwing dient te worden gelaten - te bepalen dat aanvullende vragen aan Schoutrop dienen te worden gesteld ten aanzien van de uitleg/interpretatie van het door Schoutrop gegeven antwoord op vraag 1f in het rapport van 5 september 2014;
- Nog meer subsidiair, voor recht te verklaren dat sprake is van zwaarwegende bezwaren waardoor het rapport van 5 september 2014 buiten beschouwing dient te worden gelaten.
5.De beoordeling
Het verzoek van [verzoekster]
Overwegingen en conclusies. Voor een toelichting verwijs ik naar dat gedeelte van dit rapport.’