ECLI:NL:RBOBR:2016:7524

Rechtbank Oost-Brabant

Datum uitspraak
4 februari 2016
Publicatiedatum
22 januari 2020
Zaaknummer
3367222 / 14-10121
Instantie
Rechtbank Oost-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis proceskostenveroordeling in civiele procedure tussen werkneemster en Fair Play Centers

In deze civiele procedure tussen een werkneemster en Fair Play Centers B.V. werd op 10 december 2015 een eindvonnis gewezen waarin de werkneemster werd veroordeeld tot betaling van proceskosten, waaronder explootkosten, griffierecht en een bijdrage in het salaris van de gemachtigde van Fair Play.

De werkneemster verzocht bij brief van 11 december 2015 om herstel van het vonnis, omdat zij meende dat de explootkosten en griffierecht ten onrechte aan haar waren opgelegd terwijl deze kosten niet door Fair Play waren gemaakt. Fair Play verwees in haar reactie naar het oordeel van de kantonrechter.

De kantonrechter oordeelde dat sprake was van een kennelijke en eenvoudig te herstellen verschrijving. Daarom werd het vonnis van 10 december 2015 hersteld door de proceskostenveroordeling te wijzigen: alleen de bijdrage in het salaris van de gemachtigde bleef aan de werkneemster opgelegd. Het vonnis werd voor het overige gehandhaafd en de gewijzigde proceskostenveroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Het vonnis van 10 december 2015 is hersteld door de proceskostenveroordeling te wijzigen en alleen de bijdrage in het salaris van de gemachtigde toe te wijzen.

Uitspraak

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht
Zittingsplaats Eindhoven
Zaaknummer : 3367222
Rolnummer : 14-10121
Uitspraak : 4 februari 2016
in de zaak van:
[werkneemster],
wonende te [woonplaats],
eiseres,
gemachtigde: mr. ing. H.J.M. Smelt,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Fair Play Centers B.V.,
gevestigd te Kerkrade,
gedaagde,
gemachtigde: mr. E.V.C. Savelkoul.
Partijen zullen hierna worden genoemd “[werkneemster]” en “Fair Play”.

1.Het verloop van het geding

Onder voormeld zaak- en rolnummer is in de procedure tussen partijen op 10 december 2015 een eindvonnis gewezen.
Bij brief van 11 december 2015 heeft de gemachtigde van [werkneemster] verzocht om een herstelvonnis.
De gemachtigde van Fair Play heeft in reactie op het verzoek van [werkneemster] bij faxbericht van 19 januari 2016 te kennen gegeven zich te refereren aan het oordeel van de kantonrechter.

2.De beoordeling

2.1.
In voormelde brief van 11 december 2015 heeft [werkneemster] de kantonrechter verzocht de in het vonnis vervatte proceskostenveroordeling te herstellen ter zake de naar het oordeel van [werkneemster] ten onrechte toegewezen explootkosten en griffierecht.
2.2.
Bij voormeld vonnis is [werkneemster] veroordeeld in de kosten van de procedure die aan de zijde van Fair Play zijn vastgesteld op € 93,80 aan explootkosten, € 77,00 aan griffierecht en € 180,-- als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast).
2.3.
De aan explootkosten en griffierecht toegewezen bedragen hadden echter niet toegewezen dienen te worden nu deze kosten niet door Fair Play gemaakt zijn.
2.4.
De kantonrechter is van oordeel dat in casu sprake is van een kennelijke, ook voor partijen kenbare en voor eenvoudig herstel vatbare verschrijving. De kantonrechter zal het vonnis van 10 december 2015 daarom verbeteren in die zin dat de proceskostenveroordeling wordt gewijzigd als hierna te vermelden. Voor het overige wordt voormeld vonnis gehandhaafd.

3.De beslissing

De kantonrechter:
herstelt voormeld vonnis van 10 december 2015 in die zin dat de in het dictum opgenomen proceskostenveroordeling:
“veroordeelt [werkneemster] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Fair Play tot heden vastgesteld op € 93,80 aan explootkosten, € 77,00 aan griffierecht en € 180,-- als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast)”
wordt gewijzigd in:
“veroordeelt [werkneemster] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Fair Play tot heden vastgesteld op € 180,-- als bijdrage in het salaris van de gemachtigde (niet met btw belast)”;
handhaaft het vonnis van 10 december 2015 voor het overige;
bepaalt dat dit herstel onder vermelding van de datum van de uitspraak van dit vonnis wordt vermeld op de minuut van voormeld vonnis van 10 december 2015;
verklaart de gewijzigde proceskostenveroordeling, voor zover de wet het toestaat, uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.M. Knaapen, kantonrechter te Eindhoven, en in het openbaar uitgesproken op 4 februari 2016.