De rechtbank Oost-Brabant heeft in de zaak tegen verdachte geoordeeld dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan belaging en ernstige bedreiging van zijn ex-partner in de periode van 17 tot en met 29 juli 2015. Verdachte maakte stelselmatig en opzettelijk inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer door herhaaldelijk te bellen en dreigende sms- en WhatsApp-berichten te sturen met teksten die ernstige bedreigingen inhielden.
De rechtbank sprak verdachte vrij van de tenlastegelegde mishandeling op 15 juli 2015 en van de bedreiging in de periode van 8 tot en met 14 augustus 2015, omdat deze feiten niet wettig en overtuigend bewezen konden worden. De bewezenverklaring is gebaseerd op aangifte, klachten, kopieën van berichten en de bekennende verklaring van verdachte.
De rechtbank legde een gevangenisstraf op van 230 dagen, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, inclusief bijzondere voorwaarden zoals reclasseringscontact via de One Army-aanpak van het Leger des Heils. Daarnaast werden een contactverbod en een gebiedsverbod voor de gemeente Bladel opgelegd, beide met een duur van één jaar en met een sanctie van één week hechtenis per overtreding. De maatregelen zijn dadelijk uitvoerbaar verklaard vanwege het hardnekkige gedragspatroon van verdachte en het belang van de veiligheid van het slachtoffer.
De rechtbank benadrukte dat het gedrag van verdachte een ernstige inbreuk vormt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer, die hierdoor langdurig hinder kan ondervinden. Verdachte was zich bewust van de gevolgen, mede gezien eerdere veroordelingen en het feit dat de bewezenverklaarde feiten zich tijdens een proeftijd voordeden. De opgelegde straf en maatregelen zijn bedoeld om normhandhaving te waarborgen en recidive te voorkomen.